Dit politieke weblog schijnt, onder andere, bedoeld te zijn voor wat persoonlijke pennenstreken van de diverse VVD-bestuurders in de gemeente Kaag en Braassem. In dat kader wil ik graag op persoonlijke titel mijn politieke belevenissen delen met eenieder die daarin geïnteresseerd is. Aanleiding van deze persoonlijke noot is de begrotingsraad van maandagavond 8 november jl.
Politiek is iets wat maar door een relatief klein aantal mensen als leuk wordt ervaren. Peil je de bevolking dan wordt politiek grotendeels als ‘saai’, ‘suf’ en ‘onbelangrijk’ bestempeld. Een mening waar ik het volstrekt mee oneens ben: als er iets is waar dynamiek en belang in zit, dan is het wel politiek. De keuzes die de politiek maakt, raakt de levens van heel veel mensen. En in een land als Nederland wordt er tussen de vele belangengroepen heel wat ‘afgepolderd’: voor ieder plan of besluit moet een breed draagvlak gecreeërd worden. Die lastige onderhandelingsdynamiek komt in de politiek bij uitstek naar voren en een goede politieke speler kan daarin veel, heel veel, bereiken voor zijn kiezers en achterban. Maar je moet dat dan wel willen zien en - niet onbelangrijk – het spel om de knikkers met overtuiging kunnen spelen.
Toen ik in 2002 de lokale politiek inrolde was de VVD-fractie in Alkemade net door de nieuwe lokale partij Mooi Alkemade van het bestuurspluche gestoten en gedegradeerd naar de oppositiebanken. Een rol waar de VVD vooral in het begin aan moest wennen. De partij had immers sinds lange tijd samen met de CDA-fractie aan het roer van de gemeente Alkemade gestaan. Maar, eerlijk is eerlijk, met Ton van Velzen als fractievoorzitter werd die rol als oppositiepartij met verve gespeeld. Ton bleef als een najaarsstorm op de dijk van Mooi Alkemade en PvdA inbeuken, met regelmatig een kwinkslag, maar geen kans onbenut latend om Mooi Alkemade en PvdA het water tot aan de lippen te laten stijgen. In die tijd kwamen wij met de (steun)fractie in aanloop naar de jaarlijkse begrotingsbehandelingen bij elkaar bij Ton thuis om de begroting door te pluizen en de beschouwingen te schrijven. Ik weet nog goed hoe we dan altijd bezig waren om vragen en opmerkingen te bedenken die kritisch en moeilijk te beantwoorden waren voor de verantwoordelijk wethouder. In ons geval was dat de wethouder van Financiën, Frans Schoonderwoerd van de PvdA. Diep zuchtend, kreunend en met veel dedain kwamen van hem dan een soort van antwoorden op onze ‘moeilijke’ vragen. Hierbij was zijn ondertoon er altijd één van: “jullie VVD-tjers denken wel wat van financiën te weten, maar jullie snappen er geen snars van en jullie hoeven mij echt niks wijs te maken”.
Natuurlijk was een dergelijke reactie onderdeel van een spel waar Frans Schoonderwoerd als geen ander in thuis was. Hij had immers zelf jarenlang oppositie gevoerd tegen de onwrikbare CDA/VVD-coalitie. En natuurlijk hadden wij als VVD-fractie na een dergelijke beantwoording weer forse kritiek op de wethouder en de rest van het college, die er in onze ogen maar een potje van maakten. Het aantal keren dat Ton als fractievoorzitter van de VVD tijdens de raadsvergaderingen werd teruggefloten door burgemeester Meerburg omdat hij er zogenaamd te hard invloog bij het college of de coalitiepartijen kan ik me niet exact meer voor de geest halen. Maar het kwam met grote regelmaat voor en zorgde er zeker voor dat het college en de coalitiepartijen op hun hoede waren voor de VVD-fractie. Die had zich in de rol van oppositiepartij als een luis in de B&W-pels genesteld. Maar ook na raadsvergaderingen waarin het er heftig aan toe ging stonden tijdens de naborrel de diverse politieke vertegenwoordigers vaak nog lang samen na te praten en te analyseren. Ook al waren de politieke pluimages verschillend, uiteindelijk streden we toch allemaal voor de gunst van de kiezers en het belang van de eigen achterban, ongeacht of het nu een coalitie- of oppositiepartij betrof. Dat wisten en respecteerden we van elkaar en iedere partij speelde daarin haar eigen rol.
En dat brengt mij op mijn punt: politiek is naast serieuze zaken ook vooral een spel. En dan bedoel ik niet mens-erger-je-niet (alhoewel het er soms wel sterk op lijkt!) maar een spel om het resultaat, om de knikkers. Je moet spelen, prikken, (onder)handelen en wandelen om dingen te bereiken. Misschien zullen een hoop mensen nu schande roepen vanwege een dergelijk standpunt, maar dat is nu eenmaal de ervaring die ik heb met politiek (en trouwens ook met het bedrijfsleven en de overheid!). En gelooft u mij: ik bedrijf politiek vanuit een idealisme: om dingen voor elkaar te krijgen waarvan ik – en met mij vele anderen – denk dat die goed zijn. En juist dan moet je regelmatig het spel spelen om je doelstellingen (ten dele) te realiseren. En dat is ook vokomen logisch!
Stelt u zich bijvoorbeeld eens voor dat Agnes Jongerius van het FNV bij de loononderhandelingen met de werkgevers gelijk inzet op een loonsverhoging van maximaal de inflatie. Ten eerste heeft ze dan geen enkele ruimte meer om te onderhandelen met de werkgevers, en ten tweede zal ze waarschijnlijk zelfs een lager resultaat halen dan de gewenste inflatiecorrectie. Ben je klaar mee als werknemer met zo’n onderhandelaar…ga je er zelfs in koopkracht nog op achteruit omdat mevrouw Jongerius zo aardig is voor de werkgevers en het spel niet te hard speelt. Nee, er wordt door mevrouw Jongerius ingezet op minimaal 2x de inflatie. Daarbij wordt als argument gehanteerd dat de economie weer opleeft en dat ook de werknemers recht hebben op een deel van de toenemende bedrijfswinsten. En zo niet, dan belooft mevrouw Jongerius fikse ruzie en zelfs kans op nog hogere looneisen. En natuurlijk hekelt zij ook het kabinet Rutte met diens voorgenomen bezuinigingen. Ze heeft aangekondigd via de looneisen de effecten van die voorgenomen bezuinigingen zoveel mogelijk te willen compenseren voor de werknemers. Je kunt van mevrouw Jongerius vinden wat je wilt, maar het spel heeft zij goed begrepen. En ook de werkgevers spelen hun rol. Die noemen de looneisen van Jongerius ‘gevaarlijk’ en een ‘bedreiging van het herstel van de werkgelegenheid’ en geven aan een voorkeur te hebben om de lonen helemaal niet te laten stijgen gezien de zwakke economie. Natuurlijk roepen zij dit en waarschijnlijk gaan we straks ergens in het midden uitkomen, een loonsstijging van iets meer dan de inflatie. Het spel is gespeeld, de knikkers zijn verdeeld en iedereen is tevreden. Het Nederlandse polderen in optima forma.
En dat is ook waar het naar mijn mening in de politiek om draait: de coalitie- en oppositiepartij(en) moeten ieder hun eigen rol spelen om juist een resultaat te krijgen wat breed gedragen wordt. Daarbij moet vooral de oppositie een kritische opstelling hanteren, zowel richting college als richting de coalitie. Je zit niet in de oppositie om het bestaande beleid klakkeloos te steunen. Nee, je zit erin omdat je denkt dat jij het beter kunt! Spelen, prikken, (onder)handelen en wandelen, dat is waar het om draait en zo bereik je je doelen. En dan mag het af en toe best hard tegen hard gaan en moet je gebruik maken van de mogelijkheden die zich soms voordoen. Afgelopen maandag bij de begrotingsbehandelingen in Kaag en Braassem diende zich zo een mogelijkheid op een presenteerblaadje aan. Het had een waar politiek vuurwerkspektakel kunnen worden, maar (helaas!?) het aangeboden lontje werd niet aangestoken. En waarschijnlijk was het wel met een sisser afgelopen, ook dat is immers politiek, maar met een beetje oppositiespel had er afgelopen maandagavond toch zo maar een ratelmatje kunnen afgaan in politiek en bestuurlijk Kaag en Braassem. En daarmee had men waarschijnlijk veel meer kunnen bereiken dan nu het geval is, al was het maar naar de eigen achterban!
Reacties (4)
Niet de oppositie maar 2 van de coalitie hebben verzaakt.
Alle achting voor het CDA, tenminste nog één partij die echte keuzes durft te maken.
Kees Uit den Boogaard.
Sport heeft de functie om publiek te vermaken en daarnaast gaat het (als het goed is) om de knikkers. Met de intrede van betaalde sport, waarbij de knikkers vooraan kwamen te staan in prioriteit, is toen gelijk het bedrog en de spelverruwing binnengehaald? Een leuke discussie, zonder eind.
Naar mijn idee gaat het in de politiek niet om het vermaken van het publiek. Het gaat naar mijn idee vooral om de verantwoordelijkheden. Wordt de inwoner van Kaag en Braassem hier beter van? Daar zou het in essentie om moeten draaien. En natuurlijk kan ieder dat (op inhoud of met de emotie van het moment.) vanuit zijn perspectief beargumenteren en verdedigen.
Ik krijg naar aanleiding van je betoog het idee dat je het ratelbandje wel had willen zien afgaan op maandag, maar de misere die dat teweeg had gebracht, had de gemeente (de inwoner) waarschijnlijk veel werk en dus geld gekost. Ikzelf vond de "move" van het CDA riskant. Hulde voor SvKB dat ze de bal, die hen voor de voeten werd gebracht, niet hebben ingekopt. (Of mogelijk hebben ze zitten slapen, maar dat denk ik niet.) Het had een duur doelpunt geworden!!
Durven om keuzes te maken is soms een te prijzen karaktertrek. Durven om te blijven praten in de richting van het beste compromis is (naar mijn idee) beter.