De afgelopen weken heeft de kredietcrisis hard om zich heen geslagen en wat niemand ooit voor mogelijk hield, bleek wel degelijk te kunnen gebeuren: het ernstig verzwakken en omvallen van grote financiële instellingen. Veel mensen maken zich zorgen of hun zuurverdiende spaarcentjes wel veilig staan en halen dit uit voorzorg van de bank. Anderen waren onfortuinlijker: gelokt door de hoge spaarrente hebben zij hun geld geparkeerd bij de IJslandse Icesave-bank, dat inmiddels niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Deze mensen zullen uiteindelijk hun spaargeld wel terug gaan krijgen (tot een bedrag van 100.000 euro), maar dit gaat zeker nog een aantal maanden duren. In de kranten zijn al veel schrijnende voorbeelden opgedoken van mensen die hun spaargeld op korte termijn nodig hebben en in de problemen raken omdat ze er nu niet bij kunnen komen. In diezelfde kranten is ook een discussie losgebarsten over de vraag of die spaarders het niet aan hun eigen hebzucht en onnadenkendheid te danken hebben dat ze nu in de problemen zijn gekomen: een spaarrente van maar liefst 5.25% terwijl andere banken hoogstens 4% geven, dan moet er toch wel een addertje onder het gras zitten. Als je zo stom bent geweest om daar in te trappen dan moet je nu maar op de blaren zitten, is een veelgehoorde stelling.
Het was daarom des te schokkender toen bleek dat ook gemeenten, provincies en andere decentrale overheden massaal het schip zijn ingegaan met de Icesave-bank. In tegenstelling tot particulieren kunnen gemeenten en provincies e.d. geen aanspraak maken op de garantieregeling van De Nederlandsche Bank. De kans is groot dat zij naar hun ingelegde spaargelden kunnen fluiten. Wederom commotie toen uitkwam dat het ging om bedragen van in de miljoenen euro's. Hoe komen die gemeenten en provincies aan zoveel geld en nog veel belangrijker: waarom zetten zij die gelden op een spaarrekening in plaats van het in te zetten voor het maken en uitvoeren van beleid? Het antwoord op die vraag is dat de inkomsten en uitgaven van gemeenten en provincies vaak niet op elkaar aansluiten in de tijd en er dus tijdelijke tekorten of overschotten ontstaan in het kasgeld. Soms krijgt de gemeente een bijdrage van het Rijk voor de uitvoering van een bepaalde taak, terwijl de daadwerkelijke kosten pas later in het jaar gemaakt worden. Net zoiets als het krijgen van je vakantiegeld in mei/juni terwijl je pas met de herfstvakantie van plan bent om dit te gaan spenderen. Als je het verder niet meteen nodig hebt, wat doe je dan in de tussentijd met dat overtollige vakantiegeld? Het is zonde om het op een betaalrekening te laten staan, want daar krijg je bijna geen rente op, dus is het logischer om het op een spaarrekening te zetten. Diezelfde logica wordt gehanteerd in het bedrijfsleven en bij de overheid: tijdelijke tekorten in kasgeld worden gedekt door gebruik te maken van kortlopende leningen (rekening-krediet) en tijdelijke overschotten in het kasgeld worden weggezet op een (spaar)rekening. Daarbij geldt voor o.a. gemeenten dat zij gebonden zijn aan allerlei strikte regels omtrent waar en waarin zij geld mogen wegzetten. Zo mag een gemeente het overtollige kasgeld niet beleggen op de effectenbeurs in opties, aandelen e.d. en mag zij alleen bij banken met een bepaalde rating haar geld op een spaarrekening zetten. Dat ondanks die strenge regels er toch gemeenten en provincies zijn die nu hun spaargeld bij de Icesave-bank kwijt zijn, geeft naar mijn mening treffend aan dat je toch ook je gezonde verstand moet blijven gebruiken en niet blind moet varen op de regels. Een financiële man/vrouw binnen je organisatie met gezond verstand, en een goed inzicht in risico en rendement is goud waard, zo blijkt maar weer. Want blind de regels volgen kunnen we allemaal, maar er daadwerkelijk boven staan en iets snappen van hun bedoeling, dat is niet iedereen gegeven.
Dan kom ik nu iets dichter bij huis, want hoe pakt de kredietcrisis uit voor de gemeente Kaag en Braassem? Alkemade en Jacobswoude hebben gelukkig geen overtollige kasgelden gestald op rekeningen van IJslandse banken, dus de gemeente Kaag en Braassem zal in dat opzicht geen nadelige gevolgen ondervinden. Toch zal de kredietcrisis wel degelijk invloed gaan hebben op de nieuwe gemeente, al is het alleen maar omdat de algemene uitkering die de gemeente krijgt van het Rijk naar alle waarschijnlijkheid omlaag zal gaan. Bij een recessie heeft het Rijk immers minder inkomsten en zal er gesnoeid moeten worden in de uitgaven, wat dus minder geld betekent voor gemeenten. Datzelfde geldt voor de gemeente Kaag en Braassem: ook wij zullen de komende jaren de tering naar de nering moeten zetten. Met elkaar nadenken over het beleid en hoe we hierin de kosten kunnen terugdringen. De harmonisatie van tarieven en voorzieningen tussen Alkemade en Jacobswoude leidt tot tekorten waarover de gemeenteraad moeilijke besluiten zal moeten nemen. Het woningbouwproject Braassemerland brengt risico's met zich mee, waartegen de gemeente zich voldoende zal moeten blijven indekken. De voortdurende decentralisatiegolf vanuit het Rijk betekent dat je als gemeente meer taken met minder geld moet uitvoeren. Kortom, ook in onze nieuwe gemeente zullen er roerige tijden aanbreken. Dat betekent echter niet dat we als VVD-fractie nu maar bij de pakken gaan neerzitten. We moeten immers met elkaar vooruit, Alkemade en Jacobswoude, als één gemeente Kaag en Braassem. De VVD-fractie is er klaar voor!